Stonden er rond 1700 nog drie molens in Brielle, sinds 1986 kennen we in onze vestingstad alleen nog de volledig herbouwde korenmolen ’t Vliegend Hert. Deze open standaard molen is volledig van hout en dankt zijn verbasterde naam aan de laatste molenaar van de molen die er tot 1882 stond, voordat deze in zijn geheel afbrandde. Tegenwoordig bemannen molenaars Wim van Ommeren en Len van Dalen het unieke Brielse object, daarbij bijgestaan door leerling-molenaars Martin Henzel en Henk Rotman. “Het ambacht van molenaar, want dat is het, is ontzettend leuk. Je bent bezig met de producten, de molen en het meel dat een bepaalde kwaliteit dient te hebben. Dat gevoel moet je eigenlijk al in je vingers hebben”, vertelt Len, die zich naast Wim, Henk en Martin, in het dagelijks molenwerk gesteund weet door een groep vrijwilligers, bestaande uit elf dames en vijf mannen.

BRIELLE – En die steun is hard nodig, weet Len. “We hebben bij de molen zelf geen ruimte voor de winkel, die aan de molen is verbonden. Daarom is de winkel nu gehuisvest in de voormalige schuur op het terrein van de gemeentewerf, tegenover de molen. Het keukentje was voorheen de kantine van de werf. Van de gemeente Brielle mogen we dit gebruiken. Het was eerst een kale schuur met een open ruimte en we hebben dat met elkaar verbouwd en ingericht.”

En het resultaat mag er zijn in het winkeltje, dat elke vrijdag en eerste en derde zaterdag van de maand geopend is. Bij binnenkomst komt de geur van meel je al tegemoet, dat in allerlei soorten verkrijgbaar is. Zo is er amandelmeel, maar bijvoorbeeld ook Geuzenmeel. Bij het bedienen van de winkel komt veel kijken. Len is daarom blij met de nieuwe aanwas vrijwilligers, onder wie twee dames. En ook de leerling-molenaars nemen veel werk uit handen. “Met z’n tweeën is te beperkt, zeker als één van ons uitvalt.”

De molenaars vullen elkaar goed aan, temeer omdat de interesses verschillend zijn. “Ik draai vooral de molen en het winkeltje. Wim heeft juist meer interesse in de molen zelf en het begeleiden van de leerling-molenaars. Bij hen op hun beurt is ook een gezonde mix aanwezig. De één houdt meer van het maken van meel en de verschillende varianten daarop, de ander houdt zich liever bezig met de molen zelf. We zouden ook graag meer jongeren bij de molen willen betrekken. Er is er momenteel eentje die geïnteresseerd is, maar hij -Peter Vonk- heeft een volledige baan en kan één keer per maand komen.”

Mensen werken natuurlijk ook langer door dan vroeger, signaleert Len als reden. “Ik ben de 70 gepasseerd en kon op mijn 58e met vervroegd pensioen. Toen ben ik in de molen begonnen. Die leeftijd is niet meer haalbaar, je moet nu doorwerken tot je 67e.” Des te blijer is Len met de dames, die over het algemeen hun tijd iets flexibeler kunnen invullen en daar vaak waar gewenst kunnen inspringen. “Er zijn altijd wel klusjes te doen.”

Het graan van de korenmolen is voornamelijk afkomstig uit Zierikzee, maar betrekt het team van de molen eigenlijk vanuit heel Zeeland. “We hebben ook eco-graan, Zeeuwse vlegel, waarvoor we zaken doen met een aantal boeren die geen kunstmest gebruiken. Die kwaliteit is duidelijk anders dan de baktarwe, afkomstig uit Duitsland of België. De rogge komt uit Wallonië en spelt nemen we vanuit verschillende windstreken af. Wel zoveel mogelijk uit ‘de buurt’ en niet uit China bijvoorbeeld.”

Van het gemalen meel worden ook broodmixen gemaakt: wit, bruin, maïs of met noten. “Dat is het leuke van het winkeltje. We verkopen het meel los, je kunt 500 en ook 1200 gram afnemen. Zo kunnen mensen precies dat gewicht kopen wat ze nodig hebben. Andere collega-molenaars zijn verbaasd als ze de hoeveelheid tonnen zien staan die we hebben.” In het assortiment zijn overigens ook reformproducten opgenomen. En cakemixen voor een overheerlijke ovengeur.

’t Vliegend Hert kan de wieken blijvend laten draaien door de subsidie die ze elk jaar van de gemeente ontvangt, en dient elke vijf jaar een plan in voor subsidie van de provincie. Daarnaast weten ze zich gesteund door donateurs en vloeit de opbrengst uit de winkel direct terug naar de molen. “We gebruiken alles voor het onderhoud.” Blij waren de molenaars dan ook met de cheque van €2200 die ze afgelopen vrijdag uit handen van de Lions ontvingen. De club hield speciaal voor ’t Vliegend Hert een wijn- en spijsavond, waarvan de opbrengst volledig aan de molen ten goede kwam. “Ze wilden iets tastbaars voor ons doen en wij besteden het geld aan het vervangen van de staartbalk, dat tussen de €8000 en €10.000 kost.”

Zo blijft de molen in tact, iets wat de Briellenaren koesteren. “Tijdens de renovatie van de vesting stuitten we op de resten van de allereerste molen. Hoe leuk zou het zijn op het Molenbolwerk weer een molen te hebben, vonden we toen. Naar aanleiding van het bestek in het streekarchief hebben we de molen gereconstrueerd en deze -een drie zoldermolen- is iets groter dan de oorspronkelijke. Dit type heeft in kleiner formaat -twee zoldermolen- aan de andere kant van Brielle gestaan tussen 1650 en 1690. Dat was bij restaurant Lotus. Daarna is de stellingmolen gebouwd.”

De vorige molenaar, Sjoerd Gaastra, had een vooruitziende blik, meent Len: “een houten molen is een hoop onderhoud. Dat zal gefinancierd moeten worden, dus begon hij met het malen van meel. Dat werd zo’n succes dat de ruimte groter moest groeien. Zo zijn we hier terecht gekomen en daar zijn we hem nog steeds dankbaar voor, hij is de grondlegger van de huidige winkel geweest.”

En die winkel en de molen -die twee jaar geleden immaterieel erfgoed zijn geworden- trekken niet alleen volwassen publiek. ’t Vliegend Hert maakt deel uit van Erfgoedspoor Brielle, een programma waarmee kinderen kennis kunnen maken met cultuur. Scholen kunnen er op inschrijven en een educatief bezoek aan de molen afleggen. Dit in gezamenlijkheid met het Kruithuis. Gezien de beperkte ruimte gaat één groep naar de molen en de andere groep naar het Kuithuis, waar de jeugd nader kennismaakt met de 1 April Vereniging en de historie in ere blijft gehouden.

Molenaar word je overigens niet zomaar. Het is een studie van 2,5 jaar, waarna je je aansluit bij het Molenaarsgilde. Dat ook het examen afneemt. “Voor mijn studie heb ik me ook verdiept in poldermolens. Dat zijn mooie dingen. Alleen zit je daar bij, je houdt het peil in de gaten en verder niks meer. Overigens gaat het overgrote deel van de kennis in het weer zitten. Het blijft een gevaarlijke machine, zeker als het hard gaat waaien. Juist het bezig zijn met graan en malen is zo leuk om te doen. En het runnen van het winkeltje. Je bent echt met iets moois bezig, een stukje eigen cultuur.”

Tekst: Mirjam van der Boom